
De kwantumfysica houdt zich bezig met
de studie van de bouwstenen binnen in het atoom.
De kwantumtheorie (kwantumfysica of
kwantummechanica) werd gedurende de eerste drie decennia van de 20e
eeuw geformuleerd door een reeks natuurkundigen . Dat waren ondermeer :
Max Planck, Albert Einstein, Niels Bohr, Louis de Broglie, Erwin
Schrödinger, Wolfgang Pauli, Werner Heisenberg en Paul Dirac.
Zij stelden vast dat zelfs de
subatomaire deeltjes ( zoals elektronen, protonen, neutronen, enz) geen
massieve voorwerpen zijn. Soms manifesteren ze zich als deeltjes en soms
als golven.Ook licht heeft deze eigenschap: soms lijken de subatomaire
lichtdeeltjes op deeltjes, soms lijken het golven. Deze lichtdeeltjes
noemde Einstein de ‘quanta’ (meervoud van kwantum). Vandaar het woord ‘kwantum-theorie’.
Nu noemt men deze deeltjes fotonen.
Deze nieuwe fysica vereiste de grondige
herziening van begrippen als ruimte, tijd, materie, voorwerp, oorzaak en
gevolg enz. De oude fysica steunde op de mechanistische
wereldbeschouwing van Descartes die het universum beschouwde als een
super-machine die volgens vaste wetten werkte en waarbinnen materie
vast en ondeelbaar was. De nieuwe kwantumfysica is echter organisch en
holistisch van aard. Alles staat met alles in verbinding. Het heelal is
een dynamisch en onderling verweven web.
Enkele ontdekkingen en vaststellingen
in de kwantumfysica die van belang zijn voor het bewijzen van een leven
na de dood:
-
Licht is een soort materie. Het
heeft ook dezelfde eigenschappen als materie. De subatomaire deeltjes
van licht zijn onzichtbaar. Ze zijn echter wel hoorbaar. Men neemt ze
waar dmv een systeem van geluidsversterking waarbij ze tegen een wand
botsen en zo hoorbaar worden. We zien ze niet maar ze zijn er wel.
Richard Feynman (Nobelprijswinnaar fysica) vergeleek een lichtstraal
met een douche van regendruppels.
Er zijn vele soorten licht. Van die
vele soorten is slechts een heel klein deeltje zichtbaar voor ons
menselijk oog. Dat is het gewone licht dat op zich ook weer bestaat uit
diverse kleuren. En deze kunnen we alleen zien als de lichtstraal door
een prisma gaat.
Van de onzichtbare soort zijn er twee
groepen. De eerste groep zien we niet omdat de frequentie te laag is
voor ons menselijk oog: radiogolven, televisiegolven, radargolven en
infra-rood licht. De tweede groep zien we niet omdat hun frequentie voor
ons te hoog is: ultra-violet licht, x-stralen, gamma stralen en
kosmische stralen.
Al deze onzichtbare vormen van licht
kunnen met de juiste apparatuur wel zichtbaar worden gemaakt. Hoewel ze
voor ons onder normale omstandigheden onzichtbaar zijn zijn ze er wel.
Dit geldt voor een hele reeks fenomenen
die een verband hebben met het voortbestaan van de persoonlijkheid na
de ‘dood’: het astraal (etherisch) lichaam en de parallelle wereld
bijvoorbeeld. Voor de doorsnee persoon zijn ze onzichtbaar maar onder de
juiste omstandigheden en voor de juiste personen (vb mediums) zijn ze
wel zichtbaar.
-
90 % van het universum bestaat
uit onzichtbare subatomaire (etherische) deeltjes. Ook ons lichaam
bestaat dus voor het grootste deel uit deze onzichtbare deeltjes.
Mogelijk zijn dit de etherische bouwstenen van het astraal lichaam. Als
het fysieke (voor ons zichtbare) lichaam ophoudt te functioneren na de
dood blijft het astrale lichaam verder bestaan. Ervaringen van mediums
en andere personen leerden ons dit reeds lang, maar de quantumfysica
onderbouwt dit nu.
Doordat de materie waaruit ons
universum is opgebouwd ook een golf-structuur heeft is het volgens de
kwantumfysica mogelijk dat er een parallel universum bestaat ‘bovenop’
of ‘doorheen’ ons universum. Dit zou dan de parallelle wereld kunnen
zijn waarover we informatie krijgen via Bijna Dood Ervaringen,
mediums, EVP enz.
-
De ‘Kopenhagen Interpretatie’.
De kwantumfysica stelt vast dat de onderzoeker mentaal invloed uitoefent op de
subatomaire deeltjes van de materie. Golfjes worden deeltjes als de
onderzoeker de intentie heeft deeltjes te onderzoeken ( en omgekeerd).
De menselijke geest oefent dus duidelijk invloed uit op de materie. Deze
invloed is van wezenlijk en praktisch belang in de parallelle wereld.
Dit vertelt ons de informatie die we van daaruit krijgen. Voorwerpen
kunnen in de parallelle wereld worden gevormd (gemaakt) alleen door pure
wilskracht. In het verlengde hiervan ligt mogelijk ook de verklaring
voor telepathie. In de parallelle wereld is dat immers het volmaakte
communicatiemiddel.
De ‘Quantum
non-locality’ .
Een interessant
fenomeen is de zgn ‘quantum non-localiteit’. Dit heeft betrekking tot
twee verwante fotonen . Verwant doordat ze bijvoorbeeld op dezelfde
wijze gepolariseerd zijn. Als deze worden gescheiden blijven ze nog
steeds intens verwant, ongeacht de afstand die hen scheidt. Het maakt
niet uit of ze zich beiden aan een andere kant van de wereld bevinden.
Als foton A wordt gestimuleerd vertoont foton B op hetzelfde moment
hetzelfde effect.
Hetzelfde nu gebeurt bij mensen. Dit
werd aangetoond door een experiment uitgevoerd in 1994 aan de
universiteit van Mexico City door neurofysioloog Jacobo
Grimberg-Zylberbaum. Daarbij mediteerden 2 personen die zich in dezelfde
ruimte bevonden gedurende 20 minuten samen om zo een band teweeg te
brengen tussen hen. Daarna werden ze beiden in aparte metalen kamers
gebracht. Deze kamers werkten als kooien van Faraday. Dwz: ze laten geen
enkel elektro-magnetisch signaal door. Aan persoon A werden een aantal
lichtflitsen getoond die in zijn hersenen een bepaalde reactie
teweegbrachten (zichtbaar op een EEC ). Bij persoon B werd voor 75 %
dezelfde reacties vastgesteld, hoewel hij/zij nooit een flits gezien
had! Dezelfde test bij personen die geen ‘band’ hadden werd geen enkele
overeenkomst vastgesteld!
In 1999 werd dit experiment herhaald
maar dan met geluidsfragmenten door Peter Fenwick, een Brits
wetenschapper.
Dit fenomeen van de non-locality
onderbouwt het bestaan en de werking van o.a. telepathie.
-
Eén van de gekende subatomaire
deeltjes is de ‘neutrino’. Dit deeltje werd pas ontdekt in 1956. Het is
iets heel bijzonders . Het gedraagt zich als een ‘geest’. Het kan
namelijk in een blok lood (of een vergelijkbare materie) van
tienduizenden kilometers dik doordringen zonder in botsing te komen met
vaste stof.
Deze neutrino’s (en/of andere
vergelijkbare deeltjes) kunnen verklaren waarom overleden mensen in hun
astraal lichaam, maar ook mensen tijdens een uittreding, dwars doorheen
muren kunnen gaan zonder dat dit het minste probleem oplevert.
Enkele wetenschappers die het verband
leggen tussen de kwantumfysica en het leven na de dood:
Sir Oliver Lodge en Sir
William Crookes.
Zij leefden in
het begin van de 20e eeuw in Groot Brittannië. Zij zegden toen reeds
dat de mens twee lichamen bezit: een fysiek lichaam (waartoe ook de
hersenen behoren) en een onsterfelijk (etherisch) lichaam waarin het
denken zich bevindt. Zij beweerden dat mensen die zich in de parallelle
dimensie bevinden en zich soms aan ons hier kunnen tonen
(materialiseren) een lichaam hebben dat bestaat uit dezelfde materie als
de ons bekende radio- en TV signalen. Zij noemden dit de etherische
substantie.
Ronald D. Pearson, ook een Brits
geleerde, beweert dat de kwantumfysica perfect het voortbestaan van de
persoonlijkheid na de dood ondersteunt. Maar ook verklaart volgens hem
de kwantumfysica ook een hele reeks ‘paranormale’ verschijnselen. Hij
noemt het onderzoek naar het leven na de dood een ‘integraal deel van
de fysica’.
|